Tips voor communicatie en omgang met iemand die blind of slechtziend is:
- Noem bij de begroeting altijd uw naam, ook als u elkaar kent. Uw stem is niet altijd direct te herkennen.
- Vraag altijd eerst of en hoe u kunt helpen. Is uw hulp niet nodig, dring dan niet aan.
- Een gebaar, glimlach of handeling wordt niet waargenomen. Reageer daarom met woorden en vertel wat u doet.
- Vermijd woorden als 'hier' en 'daar'. Geef uitleg over de plaats, zoals 'links achter u' of 'recht voor u op tafel'.
- Laat weten dat u weggaat om te voorkomen dat iemand 'in het niets' zit te praten.
- Spreek in gezelschap de mensen bij naam aan. Dan is het duidelijk tegen wie gesproken wordt.
- Geef informatie over (de indeling van) de ruimte, vertel welke mensen en dieren er zijn en vraag waar iemand wil zitten.
- Vermijd struikelblokken zoals een tas, een niet aangeschoven stoel, speelgoed e.d. Laat deuren niet halfopen staan. Een botsing is pijnlijk.
- Zet voorwerpen op hun vaste plaats en verander niets zonder dit met de slechtziende/blinde persoon te overleggen.